Cliëntenonderzoek

Ter voorkoming van betrokkenheid bij het witwassen van geld en het financieren van terrorisme voeren dienstverleners een cliëntenonderzoek uit ten aanzien van al haar cliënten. De Wwft BES hanteert een open norm bij de verplichting tot het verrichten van het cliëntenonderzoek. Dat betekent dat de wet niet exact voorschrijft hoe een cliëntenonderzoek dient plaats te vinden, maar wel waartoe het onderzoek uiteindelijk moet leiden.

De dienstverlener moet er voor zorgen dat hij over identiteitsgegevens van de cliënt beschikt die juist en volledig zijn (artikel 2.3, tweede lid). Een dienstverlener moet alle informatie vastleggen die nodig is om aan te kunnen tonen dat een cliëntenonderzoek is uitgevoerd. De dienstverlener moet eveneens kunnen aantonen op welke wijze de risico’s op witwassen en financieren van terrorisme bij het cliëntenonderzoek zijn betrokken. Dienstverleners zijn verplicht een risicoprofiel op te stellen van elke cliënt waarmee zij een zakelijke relatie aangaan (artikel 2.5).


De AFM verwacht van dienstverleners dat uit cliëntdossiers ook de onderbouwing blijkt waarom de cliënt een bepaald risicoprofiel heeft gekregen.

Wanneer er twijfel is of eerder verkregen gegevens waarheidsgetrouw of toereikend zijn, moet aanvullend cliëntenonderzoek worden verricht. Het is een dienstverlener verboden een zakelijke relatie aan te gaan of een transactie uit te voeren voor een cliënt als hij geen cliëntenonderzoek heeft verricht of als het cliëntenonderzoek niet heeft geleid tot het bedoelde resultaat (artikel 2.4, tweede lid).


Als de dienstverlener al een zakelijke relatie met de cliënt heeft en de dienstverlener niet kan voldoen aan bepaalde vereisten van het cliëntenonderzoek, beëindigt de dienstverlener die zakelijke relatie (artikel 2.4, derde lid).


Welke stappen neemt u binnen het cliëntenonderzoek?

  1. Is de identiteit van de klant geverifieerd? Dit moet gebeuren op basis van documenten die betrouwbaar zijn en afkomstig uit onafhankelijke bron.
  2. Heeft u vastgesteld dat de persoon die de cliënt ten opzichte van u vertegenwoordigt daartoe bevoegd is? Heeft u de identiteit van de vertegenwoordiger geverifieerd?
  3. Weet u wie een eigendomsbelang of zeggenschap heeft over de klant (de uiteindelijk belanghebbende)? Heeft u de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende geverifieerd?
  4. Heeft u inzicht in eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de klant en begrijpt u deze?
  5. Is het doel en de aard van de relatie vastgesteld? Bijvoorbeeld, weet u waarom de klant bij u komt en past de gevraagde dienstverlening bij de klant?
  6. Heeft u gecontroleerd of de bron van de middelen die bij de dienst gebruikt worden uit legale bron afkomstig zijn?
  7. Heeft u een risicoprofiel van de klant opgesteld waarbij rekening is gehouden met alle informatie die u verkregen heeft bij het onderzoek?
  8. Verricht u een voortdurende controle op de zakelijke relatie met de cliënt en de uit te voeren transacties, waarbij u indien nodig onderzoek doet naar de bron van de middelen?


Alle informatie over het doen van cliëntenonderzoek op een rij:

Vertrouwen op een andere dienstverlener

Risicogebaseerd cliëntenonderzoek

Aanleiding en moment van het cliëntenonderzoek

Identificatie en verificatie

Uiteindelijk belanghebbende en eigendomsstructuur

Vertegenwoordiger

Doel en beoogde aard

Bron van de middelen

Vereenvoudigd cliëntenonderzoek

Verscherpt cliëntenonderzoek

Risicobeoordeling van de cliënt



Deel deze pagina