Voortdurende controle

Artikel 2.2, tweede lid, onderdeel d, strekt ertoe dat de dienstverlener periodiek toetst of de cliënt nog voldoet aan het risicoprofiel, zoals dat is opgesteld bij aanvang van de dienstverlening.

De dienstverlener oefent een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit. Op deze manier wordt verzekerd dat de transacties overeenkomen met de kennis die de dienstverlener heeft van de cliënt en diens risicoprofiel en kunnen ongebruikelijke transacties worden opgemerkt.

Dienstverleners kunnen immers alleen ongebruikelijke transacties opmerken als ze een goed beeld hebben van de betreffende cliënt. Als uit bepaalde transacties blijkt dat de cliënt afwijkt van het profiel, moet de dienstverlener na gaan welke risico’s dit oplevert en of het risicoprofiel van de cliënt hierop moet worden aangepast.

Afhankelijk van de risicoclassificatie van de cliënt opgesteld door de dienstverlener moet periodiek worden bekeken of de cliënt nog voldoet aan dat opgestelde risicoprofiel.


Er wordt bij de periodieke controle gekeken of externe signalen aanleiding zouden kunnen vormen voor een wijziging in het risicoprofiel van de cliënt, zoals bijvoorbeeld negatieve berichtgeving in de media over de cliënt of afwijkende transacties.

Daarnaast worden de gegevens die bij het cliëntenonderzoek zijn verzameld actueel gehouden. Deze verplichting ziet op het actueel houden van gegevens, niet op het vervangen van (afschriften van) documenten. Zo hoeft een kopie van een identiteitsbewijs niet te worden vervangen wanneer de geldigheidsduur van het identiteitsbewijs is verlopen. Het gaat om het actueel houden van gegevens die kunnen wijzigen, zoals bijvoorbeeld iemand zijn vestigingsland of bedrijfsactiviteiten.

De transacties van en diensten aan de cliënt wordt voortdurend gemonitord. Indien uit bepaalde transacties blijkt dat deze niet passen binnen het opgestelde risicoprofiel, wordt nagegaan welke risico’s dit oplevert. Ook worden alle complexe en ongebruikelijk grote transacties en alle ongebruikelijke transactiepatronen die geen duidelijk economisch of rechtmatig doel hebben onderzocht.

Indien zich dergelijke transacties voordoen, wordt de gehele zakelijke relatie met de cliënt aan een verscherpte controle onderworpen. Dat houdt in dat ook eerdere diensten en transacties nogmaals goed bekeken moeten worden.

Het monitoren van de relatie met de cliënt en de transacties van de cliënt kan worden afgestemd op het soort relatie met en het risicoprofiel van de relatie. Per sector en per product kan dit verschillend zijn. Zo kan bijvoorbeeld voor levensverzekeringsproducten gedacht worden aan één controlemoment per jaar, bijvoorbeeld bij de betaling van (jaarlijkse) premies, en controlemomenten bij wijzigingen in de polis of de begunstiging.

Deel deze pagina