Sanctieregelgeving

Financiële ondernemingen dienen op grond van EU-sanctieregelingen en de Sanctieregeling BES de nodige maatregelen te treffen om te voorkomen dat zij (inter)nationale sancties schenden.

Internationaal en nationaal worden politieke, economische, financiële en andere sancties opgelegd aan landen en jurisdicties, groeperingen, entiteiten en (rechts)personen. Voorbeelden zijn: Noord-Korea voor wat betreft de proliferatie van kernwapens en Al-Qaida en de Taliban vanwege hun terroristische activiteiten.


De voornaamste internationale sancties die van belang zijn voor de BES-eilanden zijn de sancties die door de EU, vaak in navolging van de Verenigde Naties, worden vastgesteld. Deze EU-sancties hebben rechtstreekse werking voor alle ingezetenen van de BES-eilanden.


Veelal bestaan de sancties uit een verbod om financiële diensten te

verlenen aan gesanctioneerde

(rechts)personen en entiteiten en een gebod om aanwezige tegoeden van deze partijen te bevriezen. De gesanctioneerde personen staan voor zover zij door de EU zijn aangewezen op de EU sanctielijsten.


Het is in ieder geval verplicht om de VN, EU en Nederlandse sanctielijst te controleren. Gezien het feit dat de BES-eilanden geografisch gezien dicht bij Amerika liggen, is het aan te raden om ook de OFAC-sanctielijsten van de VS te screenen.


Naast internationale sancties komt het ook voor dat de Nederlandse overheid nationale sancties afkondigt die voor Nederland, inclusief de BES-eilanden gelden.

Verplichtingen financiële ondernemingen

Artikel 3.13 voorziet voor financiële ondernemingen in een meldplicht gerelateerd aan de Sanctiewet 1977 en de Sanctieregeling BES. Financiële ondernemingen moeten maatregelen treffen om de bepalingen van de sanctieregelgeving na te leven. De te treffen maatregelen dienen ten minste te zien op een adequate controle van de administratie op het identificeren van relaties die overeenkomen met (rechts)personen en entiteiten als bedoeld in de sanctieregelgeving met het oog op het bevriezen van financiële middelen van die relatie en het voorkomen van het ter beschikking stellen van financiële middelen of diensten aan die relatie.

Onder de term ‘relatie’ word verstaan eenieder die betrokken is bij een financiële dienst of een financiële transactie. Hiermee worden onder meer bedoeld de cliënten van een dienstverlener, de begunstigden van een transactie of product, de uiteindelijk belanghebbende van financiële middelen, en de wederpartij bij een financiële transactie of product. De dienstverlener dient zich er rekenschap van te geven dat ook gemachtigden toegang kunnen hebben tot rekeningen en/of financiële middelen.


Indien sprake is van een overeenkomst tussen een relatie van de dienstverlener en een (rechts)persoon of entiteit die voorkomt in de sanctieregelingen (een zogenoemde ‘hit’), dan bevriest de dienstverlener de aanwezige tegoeden van deze relatie direct, onthoudt zij zich van verdere dienstverlening en meldt zij dit onverwijld aan De Nederlandsche Bank (DNB). Daartoe wordt gebruik gemaakt van het daarvoor vastgestelde Meldformat.


Anders dan meldingen van ongebruikelijke transacties moeten deze meldingen worden gedaan aan DNB. De meldplicht van dit artikel ziet op tegoeden die op grond van de sanctieregelgeving bevroren moeten worden.


Met het verstrekken van gegevens wordt minimaal bedoeld het overleggen van gegevens over de identiteit van de relatie die uit hoofde van de naleving van deze wet zijn vastgelegd, een opgave van de omvang van het bevroren saldo, een opgave van het nummer van de geld-, effecten- of beleggersrekening alsmede, voor zover van toepassing een korte beschrijving van de precieze aard van de relatie en een opgave van naam, adres en telefoonnummer van de contactpersoon binnen de dienstverlener. Tevens dient te worden aangegeven op basis van welke sanctieregeling gehandeld is.

Om te waarborgen dat relevante informatie over de gemelde relatie beschikbaar blijft bij een dienstverlener moeten naast de gegevens van de melding ook de rekening- en transactiegegevens betreffende die relatie bewaard blijven. De bewaarplicht impliceert tevens het bewaren van gegevens als gevolg van eventuele mutaties in de gegevens omdat een uitzondering van toepassing is uit hoofde van de sanctieregelgeving. Een voorbeeld van een uitzondering is een ontheffing of machtiging die is verleend om een mutatie op de betreffende rekening te verrichten. Deze bepaling ziet alleen op rekening- en transactiegegevens van relaties die overeenkomen met een (rechts)persoon of entiteit, genoemd in de sanctieregelgeving.


DNB kan informatie opvragen bij een dienstverlener betreffende de naleving van dit artikel. Deze bevoegdheid doet niet af aan de bevoegdheden die ingevolge hoofdstuk 5 zijn toegekend aan de AFM met betrekking tot de overige eisen van de Wwft BES.


Dit houdt bijvoorbeeld in dat DNB altijd bij een dienstverlener kan informeren naar bevroren financiële middelen en transacties die hebben plaatsgevonden. Dergelijke verzoeken kunnen gedaan worden gedurende de van kracht zijnde sanctieregelgeving maar ook daarna. Immers, na het intrekken of buitenwerking stellen van een bepaalde sanctiemaatregel zal veelal de balans opgemaakt moeten worden van bijvoorbeeld de hoeveelheid bevroren financiële middelen op internationaal niveau. Dat maakt het nodig om als dienstverlener in staat te zijn informatie over de bevroren financiële middelen, inclusief transactiegegevens, te kunnen verstrekken aan DNB, tot vijf jaar nadat een sanctieregeling niet meer van kracht is of buiten werking is gesteld.

Deel deze pagina